Zolang het gaat, gaat het.

bedelaarmethond

Laatst laat ik mijn hondje uit. Halverwege mijn rondje raak ik aan de praat met een man die aan het wandelen is met twee chihuahua’s. Eerst gaat ons gesprek over het grote ego van onze miniformaat honden, een dankbaar onderwerp voor liefhebbers van blafratjes zoals die van mij en van de man.
‘Ze zijn eigenlijk van m’n dochter’, zegt de man, ‘en ze is al twintig maar ja, ze hebben het druk-druk-druk met hun telefoon en geen tijd meer voor de honden en dan laat ik ze maar uit hè. Je weet hoe dat gaat’.
‘Ja-a’, zeg ik. Ik weet helemaal niet hoe dat gaat en ik denk, ik zou zoiets niet pikken van zo’n volwassen lanterfant maar vooruit, tis mijn kind niet. Wat weet ik ervan.

‘En het is ook goed voor me, een beetje bewegen..,’ zegt de man -en dan komt het- ‘..want ik heb reuma. Ik kan nu aardig lopen maar je had me een tijdje geleden moeten zien. Ik kon niks! Stijf als een hark. Heel de dag pijn. ‘s Nachts niet slapen, waardeloos joh!’.
Hier weet ik dan wel weer alles van, dus ik zeg: ‘Ja, ik snap het helemaal, ik heb zelf óók reuma’.
De man lijkt me niet te horen en de man praat door want hij wil nog meer vertellen. Over zijn bedrijf dattie heeft moeten verkopen omdat het niet meer ging. En dat hij dat maar moeilijk vond natuurlijk en financieel op zichzelf is aangewezen nu. ‘En toen kreeg m’n vrouw ook nog MS’, voegt hij er aan toe. Alsof het al niet genoeg was…

‘Jeetje, wat verdrietig allemaal’, reageer ik, ‘dat moet heel moeilijk zijn voor u en uw vrouw’.
Zijn ogen krijgen een vochtige glans en even is hij stil nu het over zijn vrouw gaat.
Hij kijkt naar de grond en veegt een takje weg met zijn schoen. ‘Ja,’ -en hij haalt zijn neus op- ‘maar ik klaag niet hoor. Mij hoor je niet klagen want daar heb je toch geen zak aan.
Maar jij hebt ook reuma?,’ vraagt ie alsof hij het zich opeens herinnert van daarnet.
Ik knik.
En hij zegt: ‘Oh’. En dan gaat ie verder en zegt: ‘Ja, ik zelf heb eh.., hoe heet het ook alweer, de ergste vorm van reuma, eh beg.. eh..
‘Bechterew?’,’ vraag ik. ‘Ja,’ zegt ie. ‘da’s heel zwaar hoor, vergis je niet’.
Ik knik.
‘Ik weet er alles van,’ zeg ik, ‘ik heb ook Bechterew’. Hij kijkt me aan met een vertwijfelde blik. ‘Het gaat heel goed met mij hoor,’ vervolg ik, ‘ik doe al jaren een dieet dat werkt. Ik eet geen zetmeel dus geen pasta, geen rijst, geen aardappels en geen brood enzovoort. En dat helpt. Ik gebruik geen medicijnen meer’.

Een dieet, ja dat had hij ook wel eens geprobeerd. Hij was een tijd terug gestopt met roken en hij deed geen suiker meer in zijn koffie maar dat had eigenlijk niks geholpen. En ja, om nou nog meer te laten staan… Hij vertelt dat hij in het ziekenhuis injecties krijgt met ontstekingsremmers. Maar dat is niet alles. Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en zoekt naar een foto die hij me wil laten zien. Het is een foto die hij waarschijnlijk heeft genomen om aan anderen te laten zien dat het menens is, die ziekte van hem. Het is een foto van een grote medicijnbox voor alle dagen van de week waarin allerlei pilletjes, capsules en tabletten te zien zijn. ‘Ik slik 16 pillen per dag’ zegt ie.
Zestien? Ik verslik me bijna terwijl ik het zeg.
‘Ja zestien,’ zegt ie. ‘En heb er ook nog prednison bij gekregen laatst, om te kijken of dat beter werkt maar daar word ik zo hyper van, zo opgefokt, verschrikkelijk. Daarom ben ik maar weer gaan roken. Tis niet goed -ik weet het- maar ja, tis nou uit te houden zo. Ik hoop dat er straks wat van die medicijnen af kan’.

Ik knik. Ja dat hoop ik ook. En ik begrijp niet dat deze man zoveel medicijnen voor dezelfde klachten door elkaar mag nemen. En dan nog medicijnen voor alle bijwerkingen. En ik begrijp ook niet dat niemand die man verteld heeft hoeveel invloed leefstijl en voeding hebben op reuma. Nou ja niemand met enig gezag en een witte jas aan…
Ik probeerde daarnet iets in die richting. Vanuit mede-bechterewpatient-perspectief.
Maar het kwam niet aan geloof ik. Dat heb ik wel vaker. Ik wil voorkomen dat ik ga preken dus ik hou me meestal in, al zou ik het soms van de daken willen schreeuwen snap je. Maar je moet mensen in hun waarde laten. Iedereen maakt zijn eigen keuzes.

Maar ik laat als het zo uitkomt wel eens vallen dat ik geen pillen slik maar voeding gebruik als medicijn. Soms zie je dan ineens iemands ogen oplichten. Vaker ontmoet ik scepsis in andermans ogen. Of gelatenheid. Dat vind ik erger. Schouders die worden opgehaald, handen die vragend ergens in de lucht blijven hangen. Voor hen is dat niet weggelegd. Dat zeggen ze dan.
Mensen die al jaren in die ziekenhuismallemolen zitten. Onzekere mensen. Afhankelijke mensen. Mensen die niet anders weten dan dat dit het is. Oudere mensen. Ze hebben al te vaak gehoord dat ze chronisch ziek zijn. Ze hebben een rotsvast vertrouwen in de reumatoloog en hopen altijd weer op nieuwe middelen die beter zijn. Met minder bijwerkingen. De grote belofte. De hoop die nieuwe onderzoeken geven.

‘Nou ik ga weer verder,’ zegt de man. ‘Blijven bewegen zolang het gaat hè,’ zegt ie lachend en steekt z’n hand op terwijl hij zich omdraait. Ik weet niet of die laatste woorden voor mij of voor hem zelf bedoeld zijn. Of voor ons allebei.
Ik zie hem weglopen. De man met de hondjes van zijn dochter. Een gedrongen man met een licht gebogen figuur en een langzame tred. Zijn chihuahua’s trippelen opgewekt voor hem uit. Naar huis. Naar het mandje.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s